:
 
Vul hier uw emailadres in voor het ontvangen van de nieuwsbrief

Katoen

   HULSHOF knittings

Algemeen
Katoen is een zachte, eencellige vezel, die uit de opperhuid (epidermis) van de zaden der katoenplant groeit. De vezels worden doorgaans tot draden gesponnen en als zodanig gebruikt om zacht, luchtdoorlatend textiel van te maken.

Katoen is een zeer waardevol gewas, omdat slechts ongeveer 10% van het ruwe gewicht bij de verwerking verloren gaat. Als sporen van was, eiwit, en dergelijke zijn verwijderd, blijft een natuurlijke polymeer van zuivere cellulose over. Deze cellulose is gerangschikt op een manier die katoen unieke eigenschappen geeft op het gebied van sterkte, duurzaamheid, en absorptie. Elke vezel is samengesteld uit twintig tot dertig laagjes cellulose die keurig om elkaar heen gedraaid zijn. Wanneer de katoenbol (zaaddoos) wordt geopend, drogen de vezels tot gedraaide platte lintvormige draden, die met elkaar zijn verbonden. Deze vorm is ideaal voor het spinnen tot een fijn garen.

De katoenindustrie leunt zwaar op chemische producten als kunstmest en insecticide, waardoor de teelt niet erg milieuvriendelijk is. Sommige landbouwers schakelen over op een meer ecologische productiemethode. Inmiddels zijn er dan ook al producten van organisch ("Eko") katoen verkrijgbaar.

De Oogst
Het plukken van de katoen, wat vroeger handmatig gebeurde, vindt tegenwoordig veelal machinaal plaats. Hiervoor is het nodig, dat de plant eerst met een ontbladeringsmiddel wordt bewerkt. Bij de teelt van ecologisch katoen wordt dit veelal vermeden, door handmatig te plukken.

Genetische manipulatie
De productie van katoen is sterk afhankelijk van pesticiden. Om deze afhankelijkheid te verminderen is genetisch gemanipuleerde katoen ontwikkeld. Deze wordt inmiddels wereldwijd verbouwd. Beweerd wordt dat bij genetisch gemanipuleerde katoen tot 80% minder pesticide kan worden gebruikt, vergeleken met gewone katoen. Volgens de International Service for the Acquisition of Agri-Biotech Applications (ISAAA) is genetisch gemanipuleerde katoen wereldwijd aangeplant, op een oppervlakte van in totaal 6,7 miljoen hectare (in 2002). Dit is 20% van het totale gebied dat wereldwijd voor de katoenteelt wordt gebruikt.


In 2003 bestond 73% van de in de Verenigde Staten geteelde katoen uit genetisch gemanipuleerde katoen. De introductie van genetisch gemanipuleerde katoen liep in Australië uit op een commerciële ramp. De opbrengsten waren veel lager dan voorspeld, en er ontstond kruisbestuiving met andere soorten katoenplanten wat potentieel veel juridische problemen voor nietsvermoedende landbouwers kan veroorzaken. Nochtans leidde de introductie van een tweede soort van genetisch gemanipuleerde katoen ertoe dat in 2003 15% van de Australische katoen genetisch gemanipuleerd was, terwijl wordt verwacht dat in 2004 80% van de Australische katoen genetisch gemanipuleerd zal zijn. De originele variëteit zal dan worden verboden.